![]() Burgemeester Severijns legt de eed af |
archief Severijns geïnstalleerd als burgemeester ‘Ik ben onder de indruk van dit warme onthaal’
U bent nu officieel burgemeester. Hoe voelt u zich?
‘Ik ben erg onder de indruk van het warme onthaal. Heel bijzonder om te mogen ervaren. Al die mensen, verenigingen en instellingen die eropaf waren gekomen hebben me heel goed gedaan. De vendelgroet van alle gilden uit Oirschot en de gezamenlijke aubade van alle harmonieën en fanfares voor het gemeentehuis waren voor ons erg indrukwekkend. Dat geeft me een hoop energie voor de komende periode! Het eerste overleg met het college van B&W en met de fractievoorzitters heb ik er al op zitten! Ik wil snel een begin maken met het rondkijken in de gemeente, kijken wat er speelt en waar eventueel knelpunten zitten. Ik ben blij dat ik weer aan het werk kan! Ik wist op 9 januari al dat ik waarschijnlijk de nieuwe burgemeester van Oirschot zou worden en dan is het lang wachten.’
Het was een enorme drukte. Hebt u enig idee hoeveel handen u heeft geschud?
‘Haha, nou, die heb ik niet geteld, maar het waren er heel veel! Vooral na de Vendelgroet en de Aubade van de gezamenlijke harmonieën was het heel druk. Vrienden zeiden tegen me: ‘We hadden nooit gedacht dat we nog eens anderhalf uur zouden moeten wachten om je te zien!’
Hoe kijkt u terug op de eerste kennismaking met de Oirschotse burgers?
‘Heel positief. Veel vertegenwoordigers van verenigingen en instellingen waren aanwezig op de receptie. Ik was onder de indruk van dit rijke palet van het Oirschotse verenigingsleven, met heel veel vrijwilligers. Verenigingen zijn het cement van een samenleving. Kritische geluiden van organisaties naar de gemeente toe hoor je op zo’n dag natuurlijk niet. Het is mooi dat het zo druk was. Daaruit blijkt op voorhand vertrouwen en dat is een goede basis.’
U wilt een burgemeester van iedereen zijn, maar geen allemansvriend. Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van zo’n burgemeester?
‘Toegankelijkheid. En goed kunnen motiveren. Ik wil van iedereen zijn, maar soms moet ik beslissingen nemen die niet iedereen leuk vindt. Dat kan ook niet, want dan komt de gemeente in de problemen. Het is dus heel belangrijk dat ik die beslissingen goed uit kan leggen. Maar een burgemeester werkt niet alleen. Collegiaal werken met het college van B&W is essentieel. De portefeuilles zijn er niet voor niets. Een wethouder is het eerste aanspreekpunt in zijn portefeuille. Ik moet als burgemeester op zijn tijd wel een luisterend oor kunnen bieden, bijvoorbeeld als mensen naar me toe komen die in de knel zitten. Ik wil een helpende hand kunnen bieden, maar moet ook realistisch zijn en eerlijk. Ik kan niet alles oplossen.’
Wat betekenen Frits Speetjens en Jan Dosker voor u?
‘Met hen heb ik goede contacten. Met Frits Speetjens zit ik in het bestuur van de Brabantse Monumentenwacht, dus we blijven elkaar sowieso geregeld tegenkomen. Jan Dosker ken ik ook al jaren. Ik heb eigen opvattingen, maar het is altijd verstandig om je de denkbeelden en ervaringen van je voorgangers eigen te maken. Ik vraag me daarbij natuurlijk af of ik die lijn moet doorzetten. Ik stel mezelf vragen als: zijn de omstandigheden veranderd waardoor het beleid misschien veranderd moet worden? Een eigen weg is goed, maar je doet jezelf tekort als je de expertise en ervaring van je voorgangers niet gebruikt.’
Het nieuwe college heeft gekozen voor het Gemert-Bakels vergadermodel. Als oud-gemeentesecretaris van die gemeente kent u dat. Wat vindt u van die keuze?
‘Het is een actiever model. Het maakt het de raad mogelijk een echte opdracht bij het college neer te leggen zonder dat de raad zich zelf te veel met de uitvoering bezig gaat houden, wat je bij het oude model wel eens zag. Iedere gemeente is uniek. Het Gemert-Bakels model is weer geïnspireerd op de gemeente Almere. Ik heb tegen de fractievoorzitters gezegd dat je nooit een op een moet overnemen. Je neemt elementen over, maar het moet uiteindelijk een Oirschots model worden.’
Wat is uw sterkste eigenschap?
‘Dat vind ik moeilijk te zeggen van mezelf. Anderen zeggen dat ik het vermogen heb om mensen te binden. Ik druk me diplomatiek uit en ga niet meteen voor de harde confrontatie. Wat niet betekent dat ik confrontaties uit de weg ga, maar het is niet meteen mijn natuurlijke reactie. Als ik eenmaal achter een weloverwogen beslissing sta, ben ik wel standvastig en moeten er heel goede argumenten komen om me daar weer van af te houden. Je moet als bestuurder waken voor wispelturigheid en willekeur.’
Waar liggen uw verbeterpunten?
‘Ik ben een man van de grote lijnen. Daardoor verdiep ik me soms te weinig in details. Ik ben er een voorstander van om zaken zo laag mogelijk in een organisatie te laten oplossen. Dat geeft mensen verantwoordelijkheid en dat maakt hun baan interessanter. Dan moet je wel oppassen dat je niet iets overslaat waarvan je denkt dat het een detail is, maar wat voor de betrokkene heel belangrijk is. Ik geef denk ik snel vertrouwen. Dat kan ooit worden beschaamd, maar ik ga nooit uit van het slechte. Ik neem liever het risico. Ik kan deze functie alleen goed uitvoeren als ik zo dicht mogelijk bij mijn karakter blijf.’
Heeft u al een Oirschotse woning op het oog? En gaat u Hilvarenbeek missen?
‘Mooie woningen genoeg in Oirschot! We hebben al wat tochtjes gemaakt, maar ik wil eerst mijn huis verkopen. Missen, ach, ik woon wel heel fraai nu, midden in het centrum. Ik heb in verschillende plaatsen gewoond en ik ben gelukkig iemand die gauw ‘goeien aord’ heeft!’
|
|||